Het integratievraagstuk staat weer bovenaan de agenda. Ditmaal naar aanleiding van de positieve reacties van een groep Turkse EU-burgers over de intimidatiecampagne van Erdoğan’s regering tegen medeburgers die zich negatief over hem uitten. Een prominent voorbeeld hiervan in Nederland is de steun voor het landarrest van Ebru Umar, een van de slachtoffers van Erdoğan’s strijd tegen meningsverschillen. Opnieuw lijkt het alsof burgers met een andere culturele achtergrond een probleem hebben met ’de Nederlandse manier van leven’.

De tegenreactie van Ebru Umar op de Turkse Nederlanders die haar arrestatie toejuichten liegt er niet om: ’Gefeliciteerd met jullie totaal mislukte Nederlanderschap.’ Een uitspraak die het publieke debat over dit incident goed typeert. Bijna alle politici en opiniemakers hebben deze gebeurtenis vooral gezien als een voorbeeld van een cultuurbotsing. Men heeft zich dan ook voornamelijk bezig gehouden met de vraag of deze burgers het Nederlanderschap bijgebracht kan worden, en zo ja hoe.

Onvrijheid van onderaf

De houding en het handelen van deze burgers zijn echter slechts één voorbeeld van een bredere ontwikkeling in de Nederlandse en Europese samenleving. Door de geïsoleerde focus op de Turkse gemeenschap lijkt het alsof de gebrekkige internalisering van democratische waarden een culturele grondslag kent. De afgelopen maanden is echter duidelijk geworden dat er verschillende segmenten in de Nederlandse samenleving weinig binding hebben met de democratische rechtsstaat en zijn grondwaarden zoals de gelijkwaardigheid van alle mensen.

De openlijke steun van Ebru Umar’s arrestatie kan in principe als gelijkwaardig gezien worden aan de AZC-rellen in Geldermalsen, Woerden en Heesch. Zij hebben gemeen dat een groep burgers met weinig begrip van of gevoel voor de democratie diezelfde democratie proberen tegen te werken. De EU-burgers van Turkse komaf die Ebru Umar, en in Duitsland ook Jan Böhmermann, veroordeeld willen zien zijn in hun politieke denkbeelden in feite niet te onderscheiden van andere radicaal-rechtse organisaties en burgers in Europa.

Het is dus te gemakkelijk om, zoals minister Asscher, te stellen dat onvrijheid wordt geïmporteerd uit Turkije. Er moet erkend worden dat onvrijheid in Nederland van onderaf heeft kunnen groeien als gevolg van de verwaarlozing van democratisch burgerschap. Het feit dat het onderhouden van gemeenschapsrelaties uit handen gegeven is door de Nederlandse overheid aan organisaties uit Turkije onderstreept dit beeld enkel.

Versplinterd Nederlanderschap

Men moet dan ook kanttekeningen plaatsen bij het begrijpelijke verwijt van Ebru Umar. Als deze Turkse Nederlanders zijn gefaald in hun Nederlanderschap geldt dat dan ook voor de Nederlanders die door middel van geweld democratische procedures stil hebben proberen te leggen in verschillende gemeenten? En waaruit bestaat het Nederlanderschap waarin zij gefaald zijn dan?

Vooral deze laatste vraag is van belang. Het debat over de Nederlandse identiteit van de afgelopen vijftien jaar heeft namelijk spectaculair gefaald in het formuleren van een gedeelde visie over wat Nederlanderschap inhoud. In plaats daarvan is er een versplintering opgetreden in hoe men het Nederlanderschap ziet. Enerzijds heeft een etnisch exclusief beeld van Nederlanderschap enorm aan populariteit gewonnen. Dat deze visie geen positieve invulling kent, maar het zich beperkt tot het zich afzetten tegen wat als niet-Nederlands en ‘elitair’ wordt gezien maakt haar niet minder aantrekkelijk.

Daartegenover staat een verzameling laagdrempelige verzameling clichés die het multiculturele pappen en nathouden voortzet. Waar het exclusieve Nederlanderschap enkel een negatieve invulling kent ontbreekt het hier zelfs daar aan. Er is enkel de vorm. Er wordt gepreekt dat diversiteit een verrijking is, maar in de praktijk zijn segregatie en paternalisme de regel. Met het gebod ‘verbinden, niet polariseren’ worden de echte breuken in de samenleving onder het tapijt geveegd en daarmee opgelost geacht. Men schaamt zich dweperig voor de onverdraagzaamheid van anderen en het lijden van de Ander. Men wilt ‘samen ergens voor staan’, maar hoe wij samen zijn, waar wij voor staan en hoe wij dat doen blijven open vragen.

Recentelijk is er vanuit intellectuele kringen een andere, even vruchteloze, invalshoek gekomen, uitgedragen door bijvoorbeeld Zihni Özdil. Het Nederlanderschap wordt in dit geval uitkleed tot een paar abstracte waarden zodat het niet meer te zeggen is waarin het verschilt van andere westerse landen. Waar het multiculturele Nederlanderschap verdrinkt in emotie is het probleem hier uitdroging.

Het gaat hier niet alleen om een ideeënstrijd. Deze intellectuele versplintering van wat men als Nederlanderschap ziet is verbonden met de voortschrijdende sociale versplintering. Al bij al lijdt het tot een ongemakkelijke constatering. Niet alleen de Nederlander, zoals Máxima ooit stelde, maar ook het Nederlanderschap blijkt niet te bestaan. Het is dan ook geen wonder dat integratie zo moeizaam gaat als er geen betekenisvol Nederlanderschap meer is. De vraag doet zich voor: valt het Nederlanderschap nog wel te redden?

* * *

Dit aangepaste artikel is oorspronkelijk in mei 2016 geschreven, maar nooit gepubliceerd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s