D66 heeft rede, rust en het ideaal van democratie ingeruild voor de politieke stijl van de PVV, aldus Ilona Kingma in haar artikel van 26 december 2015. Een transformatie die haar verbaast en beangstigt. Deze ontwikkeling is echter wellicht minder vreemd dan men op het eerste gezicht zou denken.

Het pad van D66 in de afgelopen jaren is dat van de verandering van Nederland in een ‘postdemocratie’ – een concept geïntroduceerd in 2005 door de Britse politicoloog Colin Crouch. Hij constateerde dat de Europese democratie zijn culturele karakter aan het verliezen was, maar dat de instituties – verkiezingen, het partijenstelsel, enzovoorts – hun vorm behielden.

Vooral de hoeksteen van de naoorlogse democratie, de ledenpartij met een herkenbare achterban, moest het ontgelden onder de postdemocratie. Met het verdwijnen van oude identiteiten – de ontzuiling in Nederland – en de verspreiding van het marktdenken werd de fundering van de ledenpartij ondermijnt. Een neerwaartse spiraal dreigde. Zwakkere binding aan partijen betekende een slinkend partijlidmaatschap. Dit schaadde de voeling van partijen met de burger en verzwakte verder de binding van de burger. Het marktdenken bood echter een nieuw model aan. Partijen besturen naar het voorbeeld van professionele bedrijven leek een oplossing voor steeds passievere en wispelturigere burgers.

Silvio Berlusconi’s Forza Italia fungeerde hier als prototype. Begin jaren negentig kwam Berlusconi razendsnel aan de macht na het ineenstorten van het op oude leest geschoeide Italiaanse politieke stelsel. Forza Italia was georganiseerd als een bedrijf en werd behandeld als merknaam. Berlusconi vormde met zijn charismatisch leiderschap de spil die alles bijeen hield. Marketing werd ingezet om voeling te behouden, professionalisering ter vervanging van leden en personalisering was het verbindende middel.

D66 – geboren uit de ontzuiling en vaandeldrager van het marktdenken – en de PVV zijn bij uitstek het product van deze maatschappelijke ontwikkelingen. Beiden missen de “organische” verbinding met hun achterban kenmerkend voor de traditionele ledenpartij en zijn zodoende nooit in staat geweest om hun achterban te mobiliseren. Dit is opmerkelijk en komisch in het geval van de ‘populistische’ Wilders; in feite een volksmenner zonder volk. Voor D66 is het juist tragisch. Deze partij heeft de democratie tot doel, maar is niet in staat gebleken burgerparticipatie en de democratie nieuw leven in te blazen. Een tegenstrijdigheid kenmerkend voor de postdemocratie: de meeste bestuurders en politici proberen burgers wel degelijk te betrekken, maar de burger blijft vooral passief.

Ter compensatie stoelen partijen zich op ‘Berlusconiaanse’ principes met verschillende accenten. De ‘eenmanspartij’ van Wilders legt de nadruk op charisma terwijl D66 donateurs lokt met de belofte van een “professioneel D66”. De basis blijft echter het inzetten van marketingprincipes en het volgen van medialogica om een band te scheppen met burgers.

Ilona Kingma zelf maakt een belangrijke observatie met betrekking tot de rol van beeldvorming: “Als ik naar de debatten van Wilders en Pechtold kijk (…) [zie ik] twee mannen die niet zonder elkaar in een arena zouden kunnen staan.” Deze onderlinge afhankelijkheid beperkt zich echter niet tot de partijleiders, maar omvat ook de partijen zelf. In het huidige ideologische speelveld maakt de tegenstelling tussen de sociaaldemocratie en het liberalisme plaats voor een van sociaalliberalisme tegenover rechtspopulisme. Hun populariteit hangt af van de frustratie die de tegenhanger opwekt bij burgers. De “redelijke” mens is allergisch voor het onderbuikgevoel en de “gewone” mens heeft angst voor het kille onbegrip van de gevestigde orde.

De veelgemaakte suggestie dat méér rede een uitweg kan bieden is dan ook misleidend. Het berust op een verkeerd begrip van populisme als een gedachtegoed in plaats van een politieke stijlvorm. Als rationele bedrijfscultuur leidinggevend is ten koste van bezieling vullen zij een gat. Meer nadruk op “rede” zal dat gat enkel vergroten.

Hierin schuilt het gevaar van de postdemocratie voor de samenleving. In het huidige politieke speelveld is de keuze er grofweg een tussen technocratische bestuurders of despotische sterke vrouwen en mannen. De twee verschillen slechts in hoe zij de democratie om zeep dreigen te helpen, door de democratie te verstikken in professionalisering of door haar en de rechtsstaat simpelweg aan flarden te scheuren.

Is de democratie dan verloren? Wellicht niet. De postdemocratie zal, net zoals de naoorlogse vertegenwoordigende democratische verzorgingsstaat, zelf de oorzaken voortbrengen die haar einde zullen betekenen. Burgers zullen echter zelf de aanzet moeten geven voor een democratische vernieuwing, en of genoeg burgers daartoe bereid zijn is nog maar de vraag.

* * *

Dit aangepaste artikel is oorspronkelijk in december 2016 geschreven, maar nooit gepubliceerd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s