Discourse 1: Enkele opmerkingen over Maarten Boudry

Er is al veel gezegd en geschreven over de recente commotie rondom academicus Maarten Boudry naar aanleiding van de volgende claim die hij maakte de dag volgend op de aanslag in Barcelona: “Religious fanatics, all other things being equal, are more vicious & brutal than this-worldly ones. There’s no negotiating with the Absolute”.

Ik moet eerlijk bekennen niet van alle kritiek kennis te hebben kunnen nemen die Boudry ten deel is gevallen. Desalniettemin vertrouw ik erop niet in herhaling te vallen. Daarnaast heb ik de hoop dat, zelfs als ik enkel voor mijzelf kan spreken, anderen zich zullen kunnen vinden in de komende redenering.

Laat ik ten eerste duidelijk zijn over wat ik precies bekritiseer. Boudry zelf probeert de kritiek vooral voor te stellen als een kritiek op zijn essay ‘Zinvol geweld’. In navolging van Tessa Boeykens, Dieter Bruneel en Laura Nys richt ik mij niet hoofdzakelijk daarop, maar op de tweet die ik hierboven geciteerd heb. Wel zal ik het essay, samen met het recente interview in De Morgen en zijn opiniestuk in diezelfde krant, aanhalen om Boudry’s tweet te verduidelijken.

.

Laten wij daar dan ook mee beginnen. In de tweet vergelijkt Boudry twee groepen met elkaar: religieuze fanatici en “wereldse” (seculiere) fanatici. Echter, aan wie denkt hij specifiek? De tijdkeuze – een dag na de aanslag in Spanje gepleegd door radicale moslims, die zelf kort volgde op een bijna identieke aanslag door een radicale rechtsextremist in de Verenigde Staten – doet vermoeden dat hij hiermee op zijn minst doelt op radicale moslims en radicale rechtsextremisten in het algemeen, maar mogelijk ook op de eigenlijk aanslagplegers in het bijzonder. Dit wordt ondersteund door het feit dat hij in reactie op zijn eerste uitspraak twee passages uit zijn essay contrasteert – één waarin hij salafi-jihadisme analyseert en een ander waarin hij hetzelfde doet met nazisme.

Boudry suggereert daarnaast dat er een schaal van verdorvenheid en bruutheid is. Op zichzelf een redelijk idee. De vraag doet zich wel voor hoe men zich beweegt op deze schaal. Wat maakt iemand meer of minder verdorven en bruut? Het antwoord van Boudry lijkt daarop te zijn dat dit afhankelijk is van de interne logica die geweld motiveren. Zo stelt hij dat “illusies zin kunnen geven aan geweld”. Illusies definieert hij als “foute overtuigingen die niet stroken met de werkelijkheid”. Hoe meer een persoon steunt op dit soort overtuigingen om de wereld rondom hemzelf te interpreteren, hoe potentieel verdorvener en bruter hij kan zijn als hij gebruik maakt van geweld. Zo stelt Boudry, in de door hem op Twitter aangehaalde passage:

Doordat het waandenken van het salafi-jihadisme zulke absolute en sacrale proporties aanneemt, is het in zekere opzichten nog haatdragender en gevaarlijker dan ‘louter’ aardse ideologieën zoals het nazisme en het communisme. De strijd speelt zich af op een kosmische schaal, en geweld krijgt een expliciet mandaat van het Opperwezen. Binnen een dergelijk denkkader is elk compromis onmogelijk.

Anders gesteld strookt het wereldbeeld van religieuze fanatici nog minder met de werkelijkheid dan het wereldbeeld van wereldse fanatici en dit maakt dat zij verdorvener en bruter zijn. Dit is volgens Boudry te vergelijken, omdat IS “maximale ruchtbaarheid” geeft aan geweld terwijl het nazi-regime “geen gratuite wreedheid” uit wilde uitoefenen en de Shoah “in alle discretie” uit wilde voeren.[1]

Het laatste deel van de tweet blijft dan nog over om te analyseren. Het onderstreept de vaststelling die hierboven gemaakt is dat interne logica de functie is afhankelijk waarvan geweld verdorvener en bruter wordt. Er is namelijk een onuitgesproken “want” tussen de twee zinnen. In feite stelt Boudry dat het wereldbeeld van religieuze fanatici zo weinig met de werkelijkheid strookt dat een (onderhandeling over een) compromis met andere denkkaders onmogelijk is, terwijl dit niet het geval is met wereldse ideologieën. Het is deze hogere mate van wereldvreemdheid die religieuze fanatici nog verdorvener en bruter maakt als zij geweld plegen.

Het impliciete gevolg van deze redenering is dat het volgens Boudry denkbaar is dat er een compromis gemaakt zou kunnen worden met de nazi’s. Dit is geen kritiekpunt van mij. Het is slechts een vaststelling op basis van wat hij geschreven heeft. Dat het denkbaar is betekent namelijk nog niet dat het wenselijk is volgens Boudry. Nergens lijkt hij te suggereren dat het bestaan van nazi’s überhaupt wenselijk is, laat staan het sluiten van een compromis met nazi’s.

.

Tot dusver de betekenis van Boudry’s uitspraak zoals geredeneerd vanuit zijn eigen woorden. Wat is hier inhoudelijk aan te bekritiseren? Men zou kunnen betogen dat wereldlijke fanatici er ook een concept van het Absolute op na houden. Ook zou men kunnen redeneren dat de feiten Boudry’s stellingen over de terughoudendheid van de nazi’s niet ondersteunen waardoor er geen voorbeeld meer is om aan te tonen dat er een verschil in verdorvenheid en bruutheid is. Een andere weg is om te laten zien dat, zelfs zonder aanwezigheid van het Absolute, het denkkader van de nazi’s geen compromis met andere denkkaders toelaat en zij dus potentieel even  verdorven en bruut zijn.

Deze drie redeneringen gaan echter nog steeds uit van wat, mijns inziens, de grote fout is die Maarten Boudry maakt. Zoals hij zelf stelt in zijn interview De Morgen: “Ik probeer het gewoon vanuit de daders te bekijken.” Boudry zegt dat om zijn vergelijking tussen radicale islam en nazisme te begrijpen men terug moet grijpen op zijn essay. In dit essay poogt hij de zinvolheid, het gemotiveerd zijn door een interne logica, van geweld aan te tonen.[2] Hiervoor is het inderdaad nodig om in de huid van de dader te kruipen.

Echter, het zijn niet de daders die de verdorvenheid en bruutheid van een daad bepalen, daarvoor moeten wij het perspectief van de slachtoffers aannemen. Het is vanuit de positie van het slachtoffer, van diegene die de daad ondergaat, dat een daad de attributen verdorven en bruut verkrijgt. Vanuit dit oogpunt lijkt de interne logica die geweld motiveert volstrekt daarnaast irrelevant voor het vaststellen van verdorvenheid en bruutheid.

Maakte het onderscheid tussen de motivaties van de terroristen in Charlottesville en Barcelona een verschil voor de slachtoffers? Veranderde zij de impact van de voertuigen? Was de angst in de straten anders? Dat lijkt onwaarschijnlijk.

Meer complex wordt het als wij het hebben over de Shoah en het terreurbewind van IS. Wellicht kan men aantonen dat het verschil in de redenering en handelswijze van de daders een verschil maakte voor de slachtoffers. Echter, dat moet alsnog eerst aangetoond worden vanuit het perspectief van de slachtoffers. Tegelijkertijd komen wij tot het besef dat hiervoor een absurde vraag gesteld moet worden: liever vergast door de nazi’s dan onthoofd door IS? Desalniettemin is de vraag legitiem als men een contrast wil verklaren, zoals Boudry zegt te willen doen, en het is niet zeker of IS de meer verdorven en brute partij zal blijken als men deze vraag poogt te beantwoorden. Er is bijvoorbeeld een uitgebreide literatuur over de ontmenselijking die de slachtoffers van de Shoah ervoeren.

De fout onderliggend aan Boudry’s tweet is dus dat hij een kenmerk van geweld dat enkel begrepen kan worden vanuit het oogpunt van de dader (zinvolheid) gebruikt om attributen vast te stellen die begrepen horen te worden vanuit het slachtoffer (verdorvenheid en bruutheid). Het is hierbij belangrijk om op te merken dat hij hier een sprong maakt die niet opgevuld kan worden door wat hij in zijn essay beargumenteerd. In de door hem op Twitter aangehaalde passage uit zijn essay stelt hij dat een grotere mate van wereldvreemdheid een denkkader “haatdragender en gevaarlijker” kan maken. Dit zijn kenmerken die mogelijk nog vanuit de dader gezien kunnen worden. Verdorvenheid en bruutheid niet. Boudry heeft dus in feite geen inhoudelijke onderbouwing voor zijn uitspraak.

.

Naast de inhoudelijke kritiek op zijn tweet is er ook een zekere morele kritiek te leveren. Er is namelijk iets ongemakkelijk aan Boudry’s uitspraak dat niet herleid kan worden tot de inhoud van zijn uitspraak. Sterker nog, als hij precies het tegenovergestelde had geschreven zou dit ongemak er nog steeds zijn. Om tot deze morele kritiek te komen is een beweging nodig weg van de formulering van de uitspraak naar de context waarin Boudry de uitspraak maakte en vervolgens verdedigde. Tessa Boeykens, Dieter Bruneel en Laura Nys kwamen al eerder dicht op een morele kritiek door te vragen wat de bedoeling is van Boudry’s vergelijking. Ik zal mij eerder richten op wat het gevolg is voor de status van de twee recente aanslagen door de manier waarop Boudry de vergelijking heeft gemaakt.

Om mee te beginnen is er de tijdkeuze: op de dag na de aanslagen in Barcelona die zelf kort volgde op de aanslag in Charlottesville. Zoals eerder opgemerkt gesuggereerd dit niet slechts een vergelijking tussen IS en het Duitse Nazi-regime, maar een vergelijking tussen de twee aanslagen. Wat is er problematisch aan deze tijdkeuze? Ik wil niet terugvallen op het idee dat er momenten zijn wanneer men bepaalde uitspraken niet zou mogen maken. Noch wil ik suggereren dat het als zodanig verkeerd is om een dergelijke vergelijking te maken. Wel stel ik dat er juiste en onjuiste manieren zijn om dit te doen.

Boudry’s tijdkeuze voor de uitspraak duidt op bepaalde een instrumentalisatie van de gebeurtenissen in Spanje en de VS. Dit blijkt ook elders. Voordat hij de hier bekritiseerde uitspraak maakte schreef Boudry op de dag van de aanslag zelf: “IS reminds us that jihadism is still the single most dangerous ideology today — not to be outdone by a bunch of stray Nazis. #Barcelona”. De gebeurtenis van de aanslag wordt ingezet als datapunt in een abstracte vergelijking tussen twee gebeurtenissen.

Nu is er op zich niet iets mis met instrumentalisatie. Het kan nodig zijn om een argument te maken. Problematisch is dat uit Boudry nergens tijd lijkt te nemen voor waardering van de tragiek van de gebeurtenis zelf. Van hoe zonde het is dat mensen het leven hebben gelaten. In plaats daarvan lijkt het dat zodra het nieuws Boudry bereikt hij overgaat tot discussie en polemiek. Het is daarom moeilijk om aan de indruk te ontsnappen dat Boudry zich verliest in het willen behalen van zijn gelijk. Dit wordt onderstreept het gebruik van de twee concrete gebeurtenissen als springplank om radicale islam en nazisme te contrasteren.

Deze vergelijking zelf wordt ook gekenmerkt door een zekere morele vlakheid. Boudry verzekerd ons dat hij de gruwelen van het nazisme nooit heeft ontkent, maar de vraag blijft of hij ze ooit heeft beseft. Men vraag zich af: “Waarom was het nazisme discreet over zijn gruweldaden, terwijl Boudry ermee pronkt?” Het lijkt alsof Boudry in zijn kruistocht tegen de “mythe van het kwaad” rondom geweld ook heeft afgedaan met de tragiek.[3] Dit is waar het ongemak over Boudry’s uitspraak uit voortkomt.

Boudry stelt dat het van belang is geweld te begrijpen, vermoedelijk met als doel om beter te kunnen voorkomen dat het plaats zal vinden. Maar is tragiek als bestanddeel van geweld niet een van de grote redenen waarom wij geweld willen voorkomen? Wellicht heeft Maarten Boudry dit toepasselijke gevoel voor tragiek wel. Dat is echter niet het beeld dat naar voren komt op basis van wat hij heeft geschreven. Het lijkt eerder alsof binnen zijn denken de aanslagen in Barcelona en Charlottesville slechts datapunten zijn in een logisch-abstracte categorisering van denksystemen. Dat is een jammerlijk manier om met de pijn van zoveel mensen om te gaan.

* * *

[1] Ter verduidelijking: mijn gebruik van aanhalingstekens hier is met name om aan te tonen dat ik Boudry citeer, niet om te suggereren dat deze uitspraken onwaar zijn. Ook wil ik onderlijnen dat ik deze uitspraken niet aanhaal om mijn focus te verleggen van de tweet naar de overige teksten, in dit geval zijn essay, maar om te benadrukken dat Boudry inderdaad meent dat de gradatie van verdorvenheid en bruutheid afhankelijk is van de interne logica die geweld ondersteunt.

[2] Met als doel het ontkrachten van wat hij “de mythe van het pure kwaad” noemt en te ontmoedigen om te spreken van “zinloos geweld”.

[3] Dit lijkt mij dan ook de reden waarom zovelen de neiging hadden om Boudry (misplaatst) van negationisme te beschuldigen, al kan ik uiteraard niet voor anderen spreken.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s