Op 13 februari 2018 gaf Jan Willem Duyvendak een weerwoord op de eerdere column van Ewald Engelen waarin hij stelt dat identiteitspolitiek links grote schade heeft berokkend. Hoewel ik meestal geen grote bewonderaar ben van Engelen kon ik mij ditmaal grotendeels vinden in zijn redenering. Enkel zijn karakteristiek hyperbolische conclusie ondermijnde, mijns inziens, de kracht van zijn argument. De reactie van Duyvendak bevat daarentegen een juiste conclusie − dat linkse een economische en culturele agenda samen horen te gaan − maar daaraan voorafgaand bevat het meerdere punten die na enige beschouwing niet sterk zijn.

Om te beginnen een korte opmerking over de verschillende invalshoek van de twee. Het is veelzeggend dat Duyvendank met enige ergernis opmerkt dat de kritiek op linkse identiteitspolitiek “[s]inds de opkomst van populistische partijen en de overwinning van Donald Trump” zo veelvoorkomend is.* Engelen noemt dit echter helemaal niet. Zijn kritiek komt niet voort uit de poging on Trump’s overwinning te begrijpen, maar om het ontbreken van andere overwinningen te verklaren. Hij vraagt “hoe kan links [na de financiële crisis] de grote politieke verliezer zijn geworden?” Alleen al het verschuiven van het beginpunt van de discussie weg van de financiële crisis geeft blijk van een blinde vlek voor de economie.

De kern van Duyvendak’s Antwoord aan Engelen is echter een viertal “misverstanden”. Tegen de eerste twee misverstanden is op zich niets tegen in te brengen. Het is pas bij zijn derde tegenwerping dat hij in de fout gaat.

Zijn bezwaar luidt dat links eigenlijk helemaal niet zoveel aandacht heeft voor identiteitsvraagstukken, want dat blijkt niet uit de verkiezingsprogramma’s. Het is echter maar de vraag of verkiezingsprogramma’s een juiste weergave zijn van de aandacht van links voor identiteitsvraagstukken − zelfs als men links beperkt tot linkse politieke partijen. Alhoewel van groot belang, zijn het documenten die maar door een beperkte groep gelezen worden. “Aandacht” zou beter gemeten worden door te kijken naar de “redactionele” keuzes van links om bepaalde boodschappen in de publieke sfeer (bijvoorbeeld op internet, televisie, radio, evenementen en in folders) meer of minder te bespreken. Dat is meer werk en daar is vooraf geen uitspraak over te doen. Ik zeg daarom niet op basis van nattevingerwerk dat Duyvendak geen gelijk heeft. Wel stel ik dat een blik op de verkiezingsprogramma’s niet aantoont dat links slechts beperkte aandacht geeft aan identiteitsvraagstukken.

Daarnaast stelt hij dat links aantoonbaar niet veel, genoeg of verkeerde aandacht geeft aan identiteitsvraagstukken. Als dit wel zo was waren er namelijk geen nieuwe partijen zoals BIJ1, Denk of NIDA ontstaan. Dit is een interessante opmerking vanwege wat het wel aankaart en wat niet. Wat het wel aankaart is dat er nieuwe partijen ontstaan die identiteitsvraagstukken als uitgangspunt hebben. Wat het aanvankelijk weglaat is dat alle partijen een historische achtergrond hebben in de identiteitsvraagstukken van Nederlanders met een migratieachtergrond. De Vrouwen Partij is bijvoorbeeld een dusdanig randfenomeen dat Duyvendak deze niet noemt en er is geen partij primair gericht op LHBT’ers. Wat het geheel weglaat is dat er een Nederlandse partij is die aan hen vooraf ging, die zich richt op etnische identiteitsvraagstukken en een groep van het linkse electoraat aan heeft weten te trekken: de PVV.

Provocatief stelt Duyvendak “hoe valt anders te verklaren dat het juist mensen uit emancipatiebewegingen zijn die zich losmaken van linkse partijen en hun eigen partijen oprichten?” Eigenlijk is het niet zo moeilijk een meer samenhangende verklaring van de versplintering op basis van identiteitsvraagstukken te geven. Een vluchtige samenvatting gaat als volgt: linkse partijen werden aanvankelijk als partij bijeengehouden door zich primair tot doel te stellen een gedeeld economisch belang te vertegenwoordigen. Dit bindmiddel is verloren, omdat “beroep” grotendeels verdwenen is als een primaire identiteit en doordat links in de jaren negentig arbeid hoopte te helpen door te handelen in het belang van kapitaal (de zogenaamde “neoliberale” koers).** De emancipatie van vrouwen, homo’s en Nederlanders met een migratieachtergrond kreeg een grotere focus om als aanvullend bindmiddel te fungeren. Echter, zoals Duyvendak deels erkent, was de vrouwen- en homo-emancipatie zo succesvol dat er min of meer een consensus is ontstaan over deze vraagstukken en waar dus geen politiek over bedreven kan worden. Wat overblijft is het vertegenwoordigen van Nederlanders met een migratieachtergrond voor wie identiteitsvraagstukken het uitgangspunt zijn. Deze kiezers zullen zich in het politieke landschap opnieuw configureren rondom bepaalde identiteiten (Turks in het geval van Denk, islamitisch voor NIDA). Of een linkse partij nu veel of weinig aandacht besteedt aan de desbetreffende identiteitsvraagstukken is niet relevant want het is gewoonweg geen evident vehikel om die belangen te vertegenwoordigen.

Het vierde misverstand is volgens Duyvendak dat FVD en de PVV stemmen trekken vanwege linkse identiteitspolitiek over vrouwen- en LHBT-vraagstukken. Terecht wijst hij erop dat er een progressieve consensus is rondom deze onderwerpen die rechtse partijen hebben overgenomen. Dit ondermijnt echter het daaropvolgende pleidooi om de vrouwen- en LHBT-beweging juist méér te steunen. Als er een consensus is dan kan er eigenlijk geen wezenlijk politiek meningsverschil zijn en zal rechts nieuwe eisen uit de vrouwen- en LHBT-beweging grotendeels absorberen of akkoord gaan met linkse voorstellen. Vrouwen- en LHBT-vraagstukken kunnen in dat geval dus niet de basis vormen voor het “terugwinnen” van kiezers, met name gezien dat de kiezers “die vinden dat deze partijen te stil op deze onderwerpen zijn geworden” nergens te bekennen zijn bij andere partijen (buiten BIJ1, die geen zetels won voor de Tweede Kamerverkiezing onder de naam Artikel 1).

De identiteitspolitiek die Duyvendak probeert te verdedigen zal dus vruchteloos zijn. Toch heeft hij gelijk dat minderheden hun vraagstukken niet gewoon kunnen laten liggen. Dat impliceert echter nog niet dat er identiteitspolitiek moet zijn. Wat politiek is daar wordt over getwist en als dat niet zo is bedraagt het een technisch probleem. Als gevolg van de verschuiving van economische vraagstukken van politieke naar technische probleem heeft links zich gewend tot identiteitspolitiek. Engelen heeft gelijk dat dit omgedraaid moet worden en dit betekent niet dat er geen vooruitgang kan zijn voor minderheden.

Op Duyvendak’s retorische afsluiting − “Kunnen we niet gelijktijdig werken aan het veiliger maken van de levens van homo’s, vrouwen en migranten én het verkleinen van de economische ongelijkheid?” − moet het antwoord zijn: “Já, maar het tweede moet daarvoor tot een politieke zaak gemaakt worden en het eerste een technische aangelegenheid”.

Dat is geen gemakkelijke taak. Zoals Willem Schinkel in De gedroomde samenleving overtuigend beargumenteert is de duiding van Nederlanders met een migratieachtergrond als “niet-geïntegreerd” bijvoorbeeld van groot belang voor het zelfbeeld van Nederland als een samenleving. Over nood voor een “nieuwe linkse verhaal” wordt ondertussen ook al meer dan een decennium gesproken en het gevaar van de bagatellisering als gevolg van depolitisering van identiteitsvraagstukken is reëel. Maar zolang dit niet gebeurt zal links verder marginaliseren en, zoals Engelen schrijft, “zullen we de uitbuiting van aarde en arbeid nooit tot staan brengen.”

* * *

* Overigens verbaast het mij dat er in Nederland gesproken lijkt te worden over “de opkomst van populistische partijen” alsof het fenomeen is dat naar voren is gekomen sinds de verkiezingscampagne van Donald Trump. Alsof Wilders niet al tien jaar in de Tweede Kamer zat, Fortuyn er nooit geweest is en de FPÖ in Oostenrijk en de Deense Dansk Folkeparti daarvoor niet al de opkomst aankondigden.

** Voor een inzicht in linkse economische politiek in een bepaalde zin ook identiteitspolitiek is lees het essay The Forward March of Labour Halted? van Eric Hobsbawm of Capitalism, Socialism, Ecology van André Gorz (klik hier voor een fragment van Gorz).

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s